woonkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwoŋkamər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vertrek, wonen (vertrek), (wonen) een kamer die primair is ingericht om in te wonen en gasten te ontvangen
    De woonkamer was op het noorden gelegen.
    Er zaten geen bekende gezichten in de woonkamer dus liep ik richting de lokale brouwerij, waar altijd wel iemand te vinden was.
    Er kon geen sprake van zijn dat ze haar kleine woonkamer op de benedenverdieping binnen konden gaan, laat staan de keuken, met opluchting stelde hij vast dat het symbolische theedrinken al een gepasseerd station was omdat ze direct naar de slaapkamer boven gingen.

Vertalingen

Engelsden, living room
Franssalon, salón
DuitsWohnzimmer
Spaanssala de estar
Portugeessala de estar
Deensstue