huiskapelaan
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een priester die binnen een specifieke privéruimte, zoals een huis of een besloten gemeenschap (bijvoorbeeld een klooster, bejaardenhuis, ziekenhuis of een koninklijk hof), religieuze diensten en pastorale zorg biedt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek