huiskraai
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een vogel uit de familie kraaien (Corvidae). De huiskraai is een standvogel uit Azië en is in andere gebieden zoals Afrika en Australië ingevoerd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek