huislijk
ˈhœyslək
Wat is de betekenis van huislijk?
huislijk betekent: de privésfeer betreffende; in de privésfeer
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- de privésfeer betreffende; in de privésfeer
- knus en gezellig
Voorbeelden van "huislijk" in een zin
- Ze ging toch, maar hield twijfels. ,,De honden zaten met hun moeder in de keuken, in een afgezet stukje. Het zag er allemaal heel huislijk uit.
Etymologie
afleiding huis met het achtervoegsel -lijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek