huissleutel
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van huissleutel?
huissleutel betekent: de sleutel die past in het slot van de huisdeur (voordeur).
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de sleutel die past in het slot van de huisdeur (voordeur).
Voorbeelden van "huissleutel" in een zin
- Toen de kinderen 12 jaar oud waren en naar de middelbare school gingen kregen ze een huissleutel.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek