huisvesten

/ˈhœysfɛstə(n)/

Wat is de betekenis van huisvesten?

huisvesten betekent: (ov) geven van een vaste of tijdelijke woon- of verblijfplaats

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) geven van een vaste of tijdelijke woon- of verblijfplaats

Voorbeelden van "huisvesten" in een zin

  • Hij werd gehuisvest in een van de buitenwijken van de stad.
  • Het hotel in Albergen is nu ingericht voor 80 gasten, maar volgens de staatssecretaris kunnen er in potentie 300 asielzoekers worden gehuisvest.

Etymologie

*Samenstelling van huis en een (causatief) van vast (maken).