huisvesting
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het huisvesten van iemandDe huisvesting van de stroom vluchtelingen leverde grote problemen op.
- het onderkomen dat iemand al of niet vindtGelukkig had hij nu zowel huisvesting als een baan gevonden.Het bouwadvies is terecht en ingegeven door het eerder beschreven verdwijnen van de verzorgingshuizen. Of dat bouwen het ontstane zorgprobleem oplost, valt echter te betwijfelen. Het voormalige verzorgingshuis bood immers geïntegreerde huisvesting én zorg aan de groep kwetsbare ouderen, veelal boven de 80 jaar.
Etymologie
* van huisvesten .
Vertalingen
Engelsaccommodation
Fransaccommodation
DuitsUnterkunft, Unterbringung
Spaansacomodación, instalaciones, acomodación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek