huisvrede
mannelijk (de)/ˈhœysfredə/
Wat is de betekenis van huisvrede?
huisvrede betekent: (juridisch) recht op ongestoord wonen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) recht op ongestoord wonen
- prettig samenwonen van huisgenoten
Voorbeelden van "huisvrede" in een zin
- De vete mocht echter niet uitgeoefend worden in het huis van de tegenpartij, want daar gold de huisvrede, niet op de markt, als de marktvrede heerste, niet tijdens de dingvrede op de weg naar het gerecht, (...)
- Maar door zijn relaas waart de schim van Laarmans II, voor wie alle huisvrede en opatrots niet kunnen verhelen, dat zijn opvolger au fond maar een onbetekenende stakker is.
Etymologie
*uit Middelnederlands huusvrede; op te vatten als samenstelling van huis en vrede
Vertalingen
DuitsHausfrieden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek