huisvredebreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœysfredəbrøk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) zonder toestemming binnendringen of aanwezig zijn in iemands woningDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan huisvredebreuk, door wederrechtelijk in de woning van zijn vader te vertoeven.
- (figuurlijk) verstoring van een prettig verblijf(...) de ‘meisjes’ voelen de binnenkomst van de nieuwe conducteur als huisvredebreuk, en als hij autoritair een bon gaat uitschrijven, slaan de stoppen bij hen door (...)
Etymologie
* , [1] is een leenvertaling van "Hausfriedensbruch"
Vertalingen
Engelshome invasion
DuitsHausfriedensbruch
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek