huisvriend

mannelijk (de)/ˈhœysfrint/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vriend die op zeer vertrouwelijke voet aan huis komt
    Onder de vele jongemannen die dagelijks in het huis van Hélène verkeerden had Boris Droebetskoj, die in het leger carrière had gemaakt, na Hélènes terugkeer uit Erfurt de rol van meest vertrouwde huisvriend.
    Volgens Vergouwen blijft een groot publiek behoefte hebben aan het kijken naar een soap met 'echte mensen'. "Kijken naar je dagelijkse huisvrienden of juist naar mensen aan wie je je enorm kunt ergeren."

Vertalingen

Engelsfamily friend