huizenkant
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van huizenkant?
huizenkant betekent: de bebouwde kant van een weg
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de bebouwde kant van een weg
Voorbeelden van "huizenkant" in een zin
- Dragend de blinkende bril stapte Jaap in zijn smoeselig pakje, ten tweede maal de koepels langs, aan de huizenkant blijvend, de groote gevels en stallen langs waar klanten woonden van de baas.
Veelgestelde vragen over huizenkant
Wat is de betekenis van huizenkant?
huizenkant betekent: de bebouwde kant van een weg
Welk woordgeslacht heeft huizenkant?
huizenkant is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je huizenkant in een zin?
Voorbeeld: “Dragend de blinkende bril stapte Jaap in zijn smoeselig pakje, ten tweede maal de koepels langs, aan de huizenkant blijvend, de groote gevels en stallen langs waar klanten woonden van de baas.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek