huwelijksbelofte
vrouwelijk (de)/'hywələksbəlɔftə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de belofte die beide huwelijkspartners elkaar doen tijdens de huwelijksvoltrekkingEen paar keer zijn ze naar Las Vegas gereisd, waar de ouders geregeld hun huwelijksbeloftes gingen hernieuwen. de Telegraaf 27 jan. 2018„Het is een zware tijd voor beiden geweest. Maar ik heb gehoord dat ze volgende zomer hun huwelijksbeloften opnieuw willen afleggen op Barbados. Dat is hun favoriete plek. Elk huwelijk kent zijn ups en downs, maar de Rooneys hebben hun deel nu wel gehad.”de Telegraaf 21 nov. 2017Op 11 november a.s. gaan Joep en Rick vervolgens weer terug naar de gemeente. Dan verklaren zij ten overstaan van de trouwambtenaar dat zij hun geregistreerd partnerschap willen omzetten in een huwelijk en wisselen ze dan hun huwelijksbeloften uit. Hierdoor zijn zij per 11 november a.s. met elkaar getrouwd, zoals ze ook wilden.de Telegraaf 25 jan. 2017
Vertalingen
Engelspromise of marriage, nuptial vow, marriage vow
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek