huwelijksplicht
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de, met name seksuele, plichten die partners in het huwelijk hebben ten opzichte van elkaarAangezien de partners van de kindbruiden aan hun huwelijksplicht moeten kunnen voldoen zullen zij een tweepersoonskamer verlangen in het opvangcentrum. U kunt hen bij aanvraag dan direct wijzen op overtreding van de Nederlandse wet.Volkskrant 3 oktober 2015,
- het getrouwd moeten zijn als men beroep wilt doen op gezinsherenigingMartijn van Dam van de PvdA noemde de huwelijksplicht sowieso 'ouderwets'. Hij wees erop dat niet alle jongeren direct trouwen, dat er nog zoiets bestaat als samenwonen. PVVér Sietse Fritsma benadrukte dat de huwelijksplicht juist is bedoeld om fraude tegen te gaan. Niet altijd is immers sprake van liefde bij gezinsmigratie. De huwelijksplicht hoort het strenge immigratiebeleid dat dit kabinet voorstaat. Afgelopen vrijdag stuurde Leers zijn eerste brief over de gezinsmigratie. Voor de huwelijksplicht is geen steun nodig vanuit Europa. Ook kan het kabinet de tijd dat een partner zelf een verblijfsvergunning krijgt oprekken van 3 naar 5 jaar.Volkskrant 19 januari 2011
- het verplicht zijn om te trouwenDe homovijandige rooms-katholieke kerk was eeuwenlang een toevluchtsoord voor homoseksuelen. Die werden priester, monnik of non - het celibaat redde hen van de ongewenste huwelijksplicht en bracht hen in gemakkelijk contact met gelijkgestemden.Volkskrant Bert Wagendorp 1 maart 2010
Vertalingen
Engelsconjugal duty
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek