huzaar
mannelijk (de)/hʊ.ˈzaːʁ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep), (militair) een ruiterijsoldaatNoch onze dappere huzaren, noch de niet minder dappere infanterie, verdienen hier eenigen blaam.
Etymologie
*Komt van het Hongaarse huszár en het Franse hussard.
Vertalingen
Engelshussar
Franshussard
DuitsHusar
Spaanshúsar
Italiaansussaro, hussardo
Poolshusar
Zweedshusar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek