hydraulica
vrouwelijk (de)/hiˈdrɑuliˌka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) de leer van de vloeistoffen, omvattende de hydrostatica en de hydrodynamica
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘de leer der vloeistoffen’ voor het eerst aangetroffen in 1736
Vertalingen
Spaanshidráulica
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek