inboedelschade
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beschadiging van de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek