inbreker

mannelijk (de)/ˈɪmbrekər/

Wat is de betekenis van inbreker?

inbreker betekent: iemand die inbreekt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die inbreekt

Voorbeelden van "inbreker" in een zin

  • Ik heb laatst een "Inbrekers niet gewenst"-sticker op mijn deur geplakt.

Betekenis en uitleg van inbreker

Een inbreker is iemand die zonder toestemming een gebouw of terrein binnendringt, vaak met de bedoeling om te stelen. Dit kan variëren van een simpele inbraak in een woning tot een meer geavanceerde criminele actie in een bedrijfspand.

Het woord 'inbreker' wordt vaak gebruikt in de context van criminaliteit en veiligheid. Het kan betrekking hebben op zowel gelegenheidsinbrekers als professionele criminelen. Inbrekers opereren vaak 's nachts of tijdens vakanties wanneer huizen leeg zijn, en het woord roept vaak een gevoel van onveiligheid en angst op bij mensen.

Voorbeelden

  • De inbreker werd betrapt toen hij probeerde het raam open te breken.
  • Na de inbraak voelden de bewoners zich niet meer veilig in hun eigen huis.
  • De politie waarschuwde de buurtbewoners voor een reeks inbraken in de omgeving.

Woordoorsprong

Het woord 'inbreker' is afgeleid van het werkwoord 'inbreken', dat letterlijk betekent 'binnenkomen op een ongeoorloofde manier'.

Veelgestelde vragen over inbreker

Wat is de betekenis van inbreker?

inbreker betekent: iemand die inbreekt

Welk woordgeslacht heeft inbreker?

inbreker is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je inbreker in een zin?

Voorbeeld: “Ik heb laatst een "Inbrekers niet gewenst"-sticker op mijn deur geplakt.

Etymologie

* van inbreken

Vertalingen

Engelsburglar
Poolswłamywacz