inbreker
mannelijk (de)/ˈɪmbrekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die inbreektIk heb laatst een "Inbrekers niet gewenst"-sticker op mijn deur geplakt.
Etymologie
* van inbreken
Vertalingen
Engelsburglar
Poolswłamywacz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek