indo-europeaan

mannelijk (de)/ˌɪndoˌʔøropeˈjan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) lid van een prehistorisch volk en spreker van het Proto-Indo-Europees
  2. geschiedenis, maatschappij, verouderd (geschiedenis) (maatschappij) (verouderd) persoon van gemengd Indonesische en Europese (veelal Nederlandse) afkomst, dan wel een (Europese) Nederlandse man die geassimileerd is in de Indonesische samenleving (door een relatie met een inheemse vrouw)

Etymologie

*afgeleid van Indië en Europeaan

Vertalingen

EngelsIndo-European, Eurasian
Franseurasien