woorden
boek
Start
›
I
›
infectiegevaar
infectiegevaar
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
medisch
(medisch) de kans dat men een besmettelijke ziekte oploopt
Verwante woorden
infecteer
infecteerde
infecteerden
infecteert
infecteren
infecterend
infecterende
infectie
infectiebestrijding
infectiebron
infectiebronnen
infectiedruk
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← infectieduur
infectiegraad →