inhalen

/ˈɪnhalə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) binnen of binnenboord brengen
    's Nachts wordt het net ingehaald en wordt de vangst meteen verwerkt.
  2. ov (ov) een achterstand (meer dan) goed maken
    Hij had de man die op kop lag bijna ingehaald.
    Een aantal dagen later zag ik voor het eerst de slapende vulkaan Mount Shasta in de verte liggen. Ik was goed in vorm, waardoor ik des te gekker opkeek toen iemand mij toch inhaalde.
    De zestien wielrenners uit België fietsten volgens de politie op de weg en niet op het naastgelegen fietspad. De bestuurder van een zwarte auto wilde de groep passeren. Bij het inhalen heeft de automobilist waarschijnlijk twee wielrenners geraakt. Volgens de Belgen was er opzet in het spel.