inkomhal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɪŋkɔmhɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) ruimte in een gebouw waar bezoekers binnenkomen en verblijven totdat zij verder naar binnen mogen
    Via een brede wenteltrap belanden bezoekers onmiddellijk in de erg ruime, centrale inkomhal van ‘De Bazel’, die is voorzien van een glazen dak. In die ontvangstruimte bevindt zich de publieksbalie.