inpasbaarheid
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van inpasbaarheid?
inpasbaarheid betekent: de mate waarin iets of iemand op te nemen is in een groter geheel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets of iemand op te nemen is in een groter geheel
- iets dat goed op te nemen is in een groter geheel
Etymologie
* afleiding van inpasbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek