insolventie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het onvermogen om aan financiële verplichtingen te voldoen
    De partner van Heijmans in dit project, het Duitse Europoles, is in financiële problemen geraakt, zo meldde de aannemer gisteren. „Wij denken dat het annuleren van dit project is een gebeurtenis geweest, die heeft geleid tot insolventie van Europoles”, zegt analist Philip Nghoto van ABN Amro. De Telegraaf YTEKE DE JONG 15 okt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/financieel/2683865/heijmans-laat-markt-opnieuw-schrikken Heijmans laat markt opnieuw schrikken]
    De Argentijnse president Nestor Kirchner sprak van een „maximale deelname” van investeerders, waardoor het Zuid-Amerikaanse land zijn insolventie, het onvermogen om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, heeft overwonnen. Reformatorisch Dagblad 04-03-2005 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/argentini%C3%AB-verlaagt-schuld-met-omstreden-ruilactie-1.31670 Argentinië verlaagt schuld met omstreden ruilactie]

Etymologie

*afgeleid van insolvent

Vertalingen

Engelsinsolvency of the debtor, insolvent, insolvency
Spaansinsolvencia