ironie
vrouwelijk (de)/ˌiroˈni/
Wat is de betekenis van ironie?
ironie betekent: vorm van spot waarbij je het tegendeel zegt van wat je bedoelt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vorm van spot waarbij je het tegendeel zegt van wat je bedoelt
- (letterkunde) spottende uitlating waarbij je het tegendeel zegt van wat je bedoelt
- (figuurlijk) situatie die als je erover nadenkt het tegendeel laat zien van wat betoogd werd
Voorbeelden van "ironie" in een zin
- De verbitterde ironie van zijn zoon was niet te missen.
- Misschien is het waar dat je over alles wel ironisch kunt doen, maar het is ook onzin. Er zijn geen twee ironieën aan elkaar gelijk, ik bedoel, elke ironie heeft zijn eigen tint.
- Na een heftige periode van drugs & drank kwam hij tot gezonde inkeer, totdat een kwaadaardig gezwel hem alsnog velde in '94. Wat een ironie dat de stand-up comedian in deze Relentless nog flink de draak steekt met gezonde joggers die op tofoe leven, terwijl hij zelf dikke sigarettenrookpluimen uit staat te blazen.
Etymologie
*via """ en Latijn "ironia" van "εἰρωνειᾶ" (eirooneia) "geveinsde onwetendheid", in de betekenis van ‘lichte spot’ aangetroffen vanaf 1650
Vertalingen
Engelsirony
Fransironie
DuitsIronie
Spaansironía
Italiaansironia
Zweedsironi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek