jagerij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het jagen en de wereld van de jagers
    Landzschap vzw windt zich op: 'De eisen van de Boerenbond en jagerij zijn nog niet een klein beetje van de pot gerukt: alle middelen toestaan om wilde zwijnen te bejagen, en tegelijk bossen en natuurgebieden in hermetisch dichte rasters stoppen zodat de wilde natuur "achter de draad" blijft. De wereld op zijn kop.' De Standaard 05/11/2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20181105_03907456 'Everzwijnen zijn nuttige dieren']
    Greskewitz zegt dat het niet zijn bedoeling was om het standbeeld te beschadigen. Hij is sinds vrijdag in de stad voor een demonstratie tegen walvis jagerij {{sic!|wasvisjagerij
  2. het haasten
    ‘Schat, het is nog veertig kilometer, en ze kunnen ieder moment aan de Jagerij beginnen. Ik bel je later!’ HP de Tijd 26/02 | 2018 DOOR:FRANK HEINEN [https://www.hpdetijd.nl/2018-02-26/omloop-het-nieuwsblad-heinen/ Het wielerseizoen begint...]

Etymologie

* van jagen