jurisprudentie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) het geheel van uitspraken van rechters
    Die dag lichtte hoofdofficier Marianne Bloos in NRC het besluit toe. „Er bestaat zoiets als vrije wil”, zei Bloos. „Niemand dwingt mensen om te roken en ze stoppen er ook vaak genoeg mee. Je kunt tabaksfabrikanten niet verantwoordelijk houden voor hun gedrag. (…) Met de huidige wet en jurisprudentie kun je niet zeggen: de roker handelt helemaal niet zelf.”NRC Sander Voormolen 2 maart 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/02/waarom-rokers-wel-willen-stoppen-maar-er-niet-in-slagen-a1594252 Waarom rokers wel willen stoppen maar er niet in slagen ]

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toegepaste rechtspraak’ voor het eerst aangetroffen in 1658

Vertalingen

Engelscase law
Fransjurisprudence
DuitsRechtsprechung
Spaansjurisprudencia
Italiaansgiurisprudenza