kaakt
Wat is de betekenis van kaakt?
kaakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaken
- gebiedende wijs meervoud van kaken
Voorbeelden van "kaakt" in een zin
- Jij kaakt.
- Hij kaakt.
- Kaakt!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek