kabaalmaker
mannelijk (de)/kaˈbalmakər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat of iemand die veel lawaai veroorzaaktHet geluidsniveau van de stenografeermachines, die tijdens vergaderingen moesten worden gebruikt, speelde echter ook een rol; de Utrechtse industrieel Fentener van Vlissingen karakteriseerde de Tachotype als een ‘kabaalmaker’.Siempie is weg en die zien we in de eerste negen dagen niet meer terug. Maar dan zal de kabaalmaker ons heel wat te vertellen hebben en zal zijn mond wel geen seconde stil staan.
- (persoon) (figuurlijk) iemand die met tumult probeert zijn zin te krijgenVoor kabaalmaker Gerrit Zalm dreigt de stille trom. Zijn grote broek staat op afzakken nu hij zelf een overschrijding van de norm voor het begrotingstekort, waarop hij Duitsers en Fransen kapittelde, in zicht heeft.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek