kabaal
onzijdig (het)/kaˈbal/
Wat is de betekenis van kabaal?
kabaal betekent: zeer luide verstoring van rust en ordeSoms wordt vooral gedoeld op geluid met een hoog volume, soms juist om ernstig verstoorde verhoudingen zonder dat het letterlijk om het volume van geluid gaat, maar deze beide aspecten laten zich vaak ook niet onderscheiden.
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zeer luide verstoring van rust en ordeSoms wordt vooral gedoeld op geluid met een hoog volume, soms juist om ernstig verstoorde verhoudingen zonder dat het letterlijk om het volume van geluid gaat, maar deze beide aspecten laten zich vaak ook niet onderscheiden.
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) (verouderd) mensen die stiekem samenwerken ten nadele van anderen
- (pejoratief) (verouderd) religieuze of politieke groep gelijkgezinden
Voorbeelden van "kabaal" in een zin
- De rolluiken zijn weer omhoog, de straten vol mensen op weg ergens naartoe, overal getoeter op drukke kruispunten, het onophoudelijke kabaal van een metropool.
- Ook op persoonlijk niveau baart het me zorgen: wij lijken nu rijke villabewoners die tegen de komst van statushouders zijn. In werkelijkheid is er een klein groepje bewoners met die opvatting, dat gewoon erg veel kabaal maakt.
- {{ouds
- Het afleggen van een eed dwingt iemand niet tot het verloochenen van een alliantie met kwaadaardigheid dan wel met een mogelijke kabaal.
- {{ouds
Etymologie
**(n): in het Nederlands ontstaan uit het leenwoord ((f)) uit het Frans, misschien onder invloed van Middelnederlands "caboel" (n) "rumoer" dat via "קבלה" (kabole) op hetzelfde e woord teruggaat, in de betekenis van ‘lawaai’, die ook lijkt te verwijzen naar het Franse woord aangetroffen in 1810 (zie vindplaats hieronder, maar ook het vers [https://dbnl.org/tekst/_vad003183401_01/_vad003183401_01_0241.php?q=kabaalhl1 De kabaal.] uit 1834)
Vertalingen
Engelsdin
Franstapage
DuitsRadau
Spaansalboroto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek