kabbelen

/'kɑbələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zacht stromen en geluid maken
    Het beekje kabbelt tussen de velden en langs de bossen.

Etymologie

*Het woord is een onomatopee.

Vertalingen

Engelsripple, babble
Franschapoter
Duitsplätschern, rieseln
Spaansmurmurar