kak

mannelijk (de)/ˈkɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) ontlasting [2]
  2. figuurlijk, informeel (figuurlijk), (informeel) arrogantie
tussenwerpsel
  1. krachtterm, verouderd (krachtterm) (verouderd) uitdrukking die verachting of ergernis uitdrukt

Etymologie

*van Middelnederlands "cac", in de betekenis van ‘drek’ voor het eerst aangetroffen in 1376

Uitdrukkingen

  • Kale/Kouwe kakGewichtig/deftig doen zonder dat het in feite echt iets voorstelt