kalenderdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening, eenheid (tijdrekening), (eenheid) de tijdsduur van 24 uur - van middernacht tot de eerstvolgende middernacht - waarvoor op de kalender een datum staat
    We mogen de auto nog twee kalenderdagen langer gebruiken.

Vertalingen

Engelscalendar day
Spaansdía calendario