kalfslap
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) stuk vlees van een kalfPas toen we echt begonnen, zagen we dat het hier een paté van vijfeneenhalve kilo betrof, maar onvervaard gingen we verder en droomden van een hele winter vol gelukte etentjes omdat wij zo’n fantastische gestreepte paté vooraf zouden hebben. In de paté ging kalfsvlees, haas, fazant, kip, eend, zwezerik, ham, kippenlever, rundermerg, varkensbuik en pistachenoten. NRC arjoleine de Vos 22 december 2007
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek