kalief
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) (religie) wereldlijk opvolger van de profeet Mohammed, vooral van betekenis in de soennitische moslimgemeenschap.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘titel van de opvolgers van Mohammed’ voor het eerst aangetroffen in 1462
Vertalingen
Franscaliph, calife
DuitsKalif
Spaanscalifa, jalifa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek