kanjer
mannelijk (de)/ˈkɑɲər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets bijzonder groots of opvallends
- iemand die iets doet dat buitengewoon gevonden wordtJe bent echt een kanjer, dat je dat voor elkaar gekregen hebt.En daarbij ook nog een kanjer in roeien, waarschijnlijk, of in tennis. {{Aut|Lemaitre, Pierre
Etymologie
* In de betekenis van ‘iets dat groot is’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Vertalingen
Engelswhopper
DuitsAss, Könner
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek