kankerlijer
mannelijk (de)/ˈkɑŋkərˌlɛijər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) onaangenaam persoonEen vriend die langs zijn flat rijdt, ziet dat K. zijn PlayStation van het balkon heeft gegooid. Als hij uitstapt en K., die op het balkon staat, wat vraagt, smijt deze een kapotgeslagen honkbalknuppel naar beneden en roept: „bemoei je er niet mee, kankerlijer”.
Etymologie
*(intensiverende) , letterlijk: kankerlijder, maar in die betekenis niet gebruikelijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek