kankerlijer

mannelijk (de)/ˈkɑŋkərˌlɛijər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) onaangenaam persoon
    Een vriend die langs zijn flat rijdt, ziet dat K. zijn PlayStation van het balkon heeft gegooid. Als hij uitstapt en K., die op het balkon staat, wat vraagt, smijt deze een kapotgeslagen honkbalknuppel naar beneden en roept: „bemoei je er niet mee, kankerlijer”.

Etymologie

*(intensiverende) , letterlijk: kankerlijder, maar in die betekenis niet gebruikelijk