kantelpunt

onzijdig (het)/ˈkantəlˌpʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) vaste draaipunt bij een hefboom
  2. scheepvaart (scheepvaart) denkbeeldig punt waaromheen het schip lijkt te draaien als het omslaat
  3. figuurlijk (figuurlijk) ogenblik waarop een geleidelijke verandering een kritische grens voorbijgaat en er een andere toestand ontstaat
    Deze centrale gedachte om, met de mens als maat der dingen, het gehele land in te richten, zou gaandeweg de jaren zestig echter omslaan, met de Bijlmermeer en Hoog Catharijne als kantelpunt.
    Het overlijden van zijn vader in 2005 zorgde voor een kantelpunt bij Jungerman, die het jaartal als beginpunt neemt van de tentoonstelling
  4. figuurlijk (figuurlijk) ogenblik waarop een nieuwe ontwikkeling zichzelf versterkt en daarmee onomkeerbaar wordt
    De conclusie: we hebben nog een paar jaar om onomkeerbare verhitting te voorkomen, een paar jaar om de kans op gevaarlijke kantelpunten te verkleinen, een paar jaar om onze uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen.
    Het woord ‘kantelpunt’ komt uit de natuurkunde en de Amerikaanse sociologie. Morton Grodzins gebruikte het in de jaren zestig van de vorige eeuw in zijn onderzoek naar segregatie en ‘white flight’: als het aantal zwarte families in een wijk een zekere ‘drempelwaarde’ bereikte, verhuisden witte families plotseling massaal.