kantkoek

mannelijk (de)/ˈkɑntkuk/

Wat is de betekenis van kantkoek?

kantkoek betekent: (voeding) langwerpige stukken koek die over blijven als gebakken koek op de gewenste maat wordt gesneden en die apart worden verkocht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) langwerpige stukken koek die over blijven als gebakken koek op de gewenste maat wordt gesneden en die apart worden verkocht
  2. voeding (voeding) soorten koek uit wat grover meel die bij het bakken dichter bij de rand van de oven liggen, terwijl fijnere soorten gebak meer in het midden liggen waar de verhitting gelijkmatiger is

Voorbeelden van "kantkoek" in een zin

  • Op het erf waren de koek-hakkers druk bezig en wij waren flinke afnemers van die verse kantkoek.
  • De kantkoek is gedurende de kermis, bij minstens een pond, à 25 cts. verkrijgbaar.
  • Tegenwoordig is er een aparte bakvorm voor de kantkoek.