kantooruren

meervoud/kɑnˈtoryrə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vastgestelde periode dat er op een bureau wordt gewerkt
    De Katholieke Gezinszorg (KGZ) nam als eerste het initiatief tot een avond- en weekenddienst (Stichting Dienstverlening Thuiswonenden) zodat bijvoorbeeld de bereiding van maaltijden niet langer hoefde te worden afgestemd op de kantooruren van de verzorgenden maar op de behoefte van de cliënten.
  2. periode waarin het gangbaar is dat op kantoren wordt gewerkt; sinds de tweede helft van de 20e eeuw: op werkdagen tussen 09:00 en 17:00 uur
    Voor mijn werk als ondernemer ga ik vaak naar netwerkbijeenkomsten en evenementen en die zijn meestal buiten kantooruren, dat komt goed uit.