kapotgaan
/kaˈpɔtxan/
Betekenis
werkwoord
- beschadigd raken waardoor iets niet meer functioneertAls je een kopje laat vallen gaat het kapot.
- (verouderd) (informeel) het leven verliezen
Vertalingen
Engelsbreak, break down
Spaansestropearse, romperse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek