kapothoedje
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dameshoed zonder rand met verhoogde voorrand en achterzijde geopendZe zag er precies uit als altijd, met haar eenvoudige serge mantel en de katoenen japon, die er even onderuit kwam; haar zwarte kapothoedje, onder de kin vastgebonden met een grijs lint, deed de bleekheid van haar gezicht sterker uitkomen en verborg het grijsbruine haar, dat altijd weinig flatteus naar achteren was getrokken.
Etymologie
*kapot als verbastering van het Franse chapeau
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek