kar

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voertuig (oorspronkelijk met twee wielen)
  2. informeel (informeel) auto
    Zo, dat is een mooi karretje dat je gekocht hebt.

Etymologie

*van Middelnederlands "carre", in de betekenis van ‘voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1240.Dit gaat via "car" (= standaard "char")) terug op Latijn "carrus"

Vertalingen

Engelscart, car