karateka
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) iemand die karate beoefent
Etymologie
* Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘beoefenaar van karate’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek