Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

karbats

vrouwelijk (de)/kɑrˈbɑts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paardrijden, verouderd (paardrijden) (verouderd) leren zweep met handvat
    Naauwelijks waren wij op de kaai, of D'Egville, dien wij niet bemerkt hadden, trad plotseling voor ons, sloeg met zijne karbats Stewart in het aangezigt, wierp zich op een gereed staand paard en rende weg.

Etymologie

* van "карбач" (karbats) "zweep", geschreven als "carbats" in de betekenis van ‘zweep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1616; het Russische woord gaat weer terug op "kırbaç" (k'rbatsj) "zweep", "bullepees", ook het "Karbatsche", het "karbacz" en het "korbats" hebben dezelfde herkomst en kunnen van invloed zijn geweest op het Nederlandse woord