kardoen
Wat is de betekenis van kardoen?
kardoen betekent: distelachtige plant met dikvlezige, gegroefde stengels
Betekenis
- distelachtige plant met dikvlezige, gegroefde stengels
- bladeren van
- distel
Voorbeelden van "kardoen" in een zin
- Frans Wigger werkt al vanaf 1982 in de moestuin. Nog steeds komt de Denekamper een aantal uren in de week om in het vroegere stookhok voor de kassen de schoffel of de kantensteker te pakken. "Soms hadden we zoveel groente dat het ook werd verkocht aan anderen. Een bleekgroente als kardoen die we hier verbouwden ging zelfs naar de hotels. Het was een pure lekkernij."
- Aardperen, warmoes, heilige boontjes, ijskruid, kardoen of rode melde. Deze vergeten groenten zijn zondag te bewonderen in 't Oale Höfke in Noordijk.
Betekenis en uitleg van kardoen
Een kardoen is een grote, stekelige plant die tot de familie van de distels behoort. Het eetbare deel van de plant is de jonge bladstelen, die een milde, licht bittere smaak hebben en vaak in de keuken worden gebruikt.
Je komt het woord kardoen vaak tegen in culinaire contexten, vooral in de Mediterrane keuken. Deze plant is populair vanwege zijn voedzame eigenschappen en kan zowel rauw als gekookt gegeten worden. In seizoensgebonden gerechten kan kardoen een interessante variatie bieden, vooral in combinatie met andere groenten.
Voorbeelden
- Tijdens de markt zag ik verse kardoenen liggen, perfect voor mijn vegetarische stoofpot.
- De chef-kok raadde aan om de kardoen te grillen voor een rokerige smaak.
- In de herfst maak ik altijd een maaltijdsoep met kardoen en pompoen.
Woordoorsprong
Het woord kardoen is afgeleid van het Latijnse 'carduus', wat distel betekent. Deze oorsprong verwijst naar de verwantschap met andere distelachtige planten.
Veelgestelde vragen over kardoen
Wat is de betekenis van kardoen?
kardoen betekent: distelachtige plant met dikvlezige, gegroefde stengels
Hoeveel betekenissen heeft kardoen?
kardoen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft kardoen?
kardoen is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je kardoen in een zin?
Voorbeeld: “Frans Wigger werkt al vanaf 1982 in de moestuin. Nog steeds komt de Denekamper een aantal uren in de week om in het vroegere stookhok voor de kassen de schoffel of de kantensteker te pakken. "Soms hadden we zoveel groente dat het ook werd verkocht aan anderen. Een bleekgroente als kardoen die we hier verbouwden ging zelfs naar de hotels. Het was een pure lekkernij."”