kardoen
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- distelachtige plant met dikvlezige, gegroefde stengels
- bladeren vanFrans Wigger werkt al vanaf 1982 in de moestuin. Nog steeds komt de Denekamper een aantal uren in de week om in het vroegere stookhok voor de kassen de schoffel of de kantensteker te pakken. "Soms hadden we zoveel groente dat het ook werd verkocht aan anderen. Een bleekgroente als kardoen die we hier verbouwden ging zelfs naar de hotels. Het was een pure lekkernij."Aardperen, warmoes, heilige boontjes, ijskruid, kardoen of rode melde. Deze vergeten groenten zijn zondag te bewonderen in 't Oale Höfke in Noordijk.
- distel
Vertalingen
Engelscardoon
Franscardon
DuitsCardy, Kardone
Spaanscardo
Italiaanscardo
Portugeescardo
Russischкардон
Chinees刺苞菜蓟
Japansカルドン
Koreaans카르둔
Turksdevedikeni
Poolskard
Zweedskardon
Deenskardon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek