woorden
boek
Start
›
K
›
kastdeur
kastdeur
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈkɑsdør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een deur bedoeld om er een kast mee af te sluiten
Bij bezeerde zich toen hij tegen de openstaande kastdeur aanliep.
Verwante woorden
kast
Kastanje
kastanjebomen
kastanjeboom
kastanjebruin
kastanjebruine
kastanjechampignon
kastanjechampignons
Kastanjehof
kastanjehouten
kastanjekleurig
kastanjekleurige
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← kastconstructie
kastdeuren →