kast

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑst/

Wat is de betekenis van kast?

kast betekent: (meubel) een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel (meubel) een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
  2. informeel (informeel) een televisietoestel (meestal als verkleinwoord: kastje)
  3. informeel (informeel) gevangenis
  4. informeel (informeel) een groot gebouw

Voorbeelden van "kast" in een zin

  • de avond in het restaurant bracht hij met zijn tweejarig zoontje, wegens diens fascinatie met dit voorwerp, door in de stofzuigerkast
  • Keurig gestreken en opgevouwen kleding wordt in de kast gelegd.
  • Salvatore is naar een grote houten kast gelopen.
  • In de kast zitten.

Etymologie

* In betekenis mogelijk ook beïnvloed door het vrijwel gelijkluidende woord "kas".

Uitdrukkingen

  • alles uit de kast halengrote inspanningen leveren
  • iemand op de kast jageniemand boos maken
  • lijk in de kast
  • uit de kast komenbekend laten worden dat je homoseksueel bent |(VS) Engels to come out of the closet
  • van het kastje naar de muur gestuurd wordenmet bureaucratisch gedoe te maken krijgen
  • en kast van een (huis, etc.)een zeer groot (huis, etc.)

Vertalingen

Engelscupboard, cabinet, closet
Fransarmoire, tôle
DuitsKasten, Schrank, Kiste
Spaansarmario
Italiaansarmadio
Portugeesarmário
Russischгардероб
Arabischخزانة صوان
Turksdolap
Poolsszafa
Zweedsskåp
Deensskab