katvis

mannelijk (de)/ˈkɑtfɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straalvinnigen (straalvinnigen) een straalvinnige vis uit de familie van (), orde baarsachtigen (), die voorkomt in het noordwesten, het westen, het zuidwesten, het oosten en het zuidoosten van de Atlantische Oceaan
  2. koppotigen (koppotigen) benaming voor inktvissen uit de orde
    De hoofdgerechten. De gekozen "op de huid gebakken snoekbaarsfilet met groentensambal" blijkt in een plas gitzwarte saus te liggen. Gelukkig is het geen dropwater, maar saus van de inkt van sepia, katvis. Dat kan beter van tevoren even worden gezegd. NRC M. Steketee 16 maart 2000 [https://www.nrc.nl/nieuws/2000/03/16/tussen-lobby-en-boernkroeg-7486653-a20610 Tussen lobby en boer'nkroeg]
    Zo is hij bijvoorbeeld enthousiast over het archeozoölogisch onderzoek dat de ontdekking van intact DNA in fossiele visgraten opleverde. "Hieruit bleek dat ze in Sagalassos vanaf het begin van de jaartelling katvis uit Egypte importeerden." NRC T. Toebosch 7 maart 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/03/07/eerbetoon-aan-hadrianus-11694032-a350331 Eerbetoon aan Hadrianus]
  3. in het bijzonder: gewone zeekat