katzwijm
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑtswɛim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bewusteloosheid die maar kort duurtEen (gepeilde) verviervoudiging van het aantal zetels, volle concertzalen, meisjes in katzwijm, de bijnaam de Jessias en internationale aandacht alsof hij het enige antwoord op Wilders is. GroenLinks is vanaf morgen waarschijnlijk de grootste partij op links en in één klap weer relevant in Den Haag. Klaver zegt premier te willen worden, maar velen in zijn partij hadden zelfs dit succes nauwelijks voor mogelijk gehouden. NRC Emilie van Outeren 15 maart 2017
- (figuurlijk) door overmatige bewondering voor iemand niet meer kritisch kunnen denkenJimmy Breslin, de onlangs gestorven columnist uit New York over wie ik gisteren schreef, was als criticus van Donald Trump zijn tijd ver vooruit. Toen de media nog in katzwijm lagen van ontzag voor de zakenman Trump, schreef Breslin al woedende columns tegen hem. „Hij is de beste bluffer van zijn tijd”, concludeerde hij in een column uit 1988 (!) in de krant Newsday. NRC Frits Abrahams 23 maart 2017
Etymologie
*, omdat een kat na een val vaak maar kort buiten bewustzijn is, in de betekenis van ‘kortstondige flauwte’ voor het eerst aangetroffen in 1697
Vertalingen
Engelsswoon
Franspâmoison
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek