keg
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een blok met één schuine kant, waarmee men iets kan vastklemmen of het wegrollen van bijv. een wiel kan verhinderen. (De doorsnede van een keg is een rechthoekige driehoek, van een wig is dat een gelijkbenige driehoek.De deur woei steeds dicht, we hebben er een keg onder geschoven.
- (muziekinstrument), (gereedschap) een wigvormige demper van rubber die wordt gebruikt bij het stemmen van piano of klavecimbelOm de toon van de te stemmen snaar goed te beluisteren, worden de overige snaren van het snarenkoor met keggen gedempt.
Vertalingen
Engelswedge, scotch, wedge mute
Franscale, coin, coin d'accord
DuitsKeil, Hemmschuh, Stimmkeil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek